Kort historisch overzicht, de oprichting van het dorpsbelang

De oprichting en de vooroorlogse jaren

 

Het is 21 september 1937 dat er een 20- tal mensen samenkomen in ‘de Oude school’ in Brantgum.
Tevens is uitgenodigd de heer Juistema ‘propagandist der telefoon’.
Het doel van deze vergadering is n.l. te komen tot de oprichting van een vereniging van dorpsbelangen en zodoende te trachten ‘om voor onze ge├»soleerde dorpen een telefoonaansluiting, wat voor velen gemakkelijk en nuttig kan zijn’ te verkrijgen. De kosten zouden de eerste drie jaar 48 gulden en na drie jaar 36 gulden en bij automatisering der telefoon 31,50 gulden bedragen aldus de heer Juistema.

 

Diezelfde avond werd de vereniging een feit. Het bestuur bestond uit D.S. Dijkstra (voorztter), G. Stienstra (penningmeester), J. de Jong (secretaris), en 13 leden.
DorpsbelangBrantgum-Waaxens-Foudgum was er en nu de telefoon nog!!

 

Ieder was er van overtuigd dat plaatsing nu spoedig gerealiseerd zou worden maar e.e.a. werd nogal bemoeilijkt omdat, ik citeer de notulen van 5 oktober 1937, ‘onwillige landeigenaren niet toestonden dat de benodigde palen op hun grond geplaatst zouden worden, daar de openbare weg reeds aan beide kanten door lichtpalen en palen voor de radiocentrale bezet was, Maar een ondergrondse kabel bracht uitkomst’.

 

Nog even een citaat: ‘Alzoo werd er op 18 februari 1938 een feit dat onze geisoleerde dorpen telefonisch met de buitenwereld contact kregen, en we menen dat we met voldoening op deze aansluiting terug kunnen kijken, want in de tijd van 7 maanden zijn 460 gesprekken gevoerd in de cel t.h.v. K. Sytema te Brantgum’.

 

Maar Sytema kreeg het er wel steeds drukker mee in de volgende jaren. Pas in 1950 was het zover dat particulieren zelf over een telefoontoestel gingen beschikken en toen werd daarmee het telefoonabonnement opgezegd. Sytema kreeg overigens voor de ‘drukte’ die aan het doorgeven van telefoontjes verbonden was de somma van 5 gulden per jaar.

 

En zo werd het vergaderend over modderwegen, vuile opritten en zowaar een opmerking over het feit ‘dat motorrijtuigen soms met geweldige snelheden door het dorp vliegen ondanks de borden voor max. snelheden van 20 km per uur.

 

Toch bleef vooral eerst de modderweg in Foudgum de gemoederen de eerste jaren flink bezeighouden, na veel vergaderwerk en overleg met B & W werd in 1940 een begin gemaakt met de Rondweg van Foudgum en werd ‘de modderweg door rappe handen omgetoverd in een mooie vlakke klinkerweg waar thans boerekar, voetganger en auto ongestoord passeren kan’.

 

 

Tekst uit boekje 50 jaar dorpsbelang van Brantgum-Waaxens-Foudgum (1987).
Geschreven en samengesteld door Baukje Slijver-Liemburg.

 

Met dank aan Afke Dijkstra voor het ter beschikkingstellen van haar persoonlijk archief.