Ids Wiersma

Biografie van Ids Wiersma 1878-1965

Ids Wiersma werd geboren te Brantgum op 21-06-1878 als zoon van Doeke Goslings Wiersma en Eke Idzes Koopmans.

Zijn vader was arbeider. De armoede in die tijd “De landbouwcrises van 1980″ was schrijnend. Het is dan ook begrijpelijk dat de familie Wiersma zich aangetrokken voelde tot het socialisme.
Goslings Wiersma een broer van Ids, nam zelfs actief deel aan de socialistische strijd.Zijn vader was Ned. Hervormd (vrijzinnig) Terwijl zijn moeder de doopsgezinde richting toebehoorde.

 

Ids Wiersma liep een beetje mank, vanwege het feit dat zijn ene been iets korter was dan het andere.
Al vroeg toonde hij interesse in tekenen. Een belangstelling die werd gesteund door het grote talent dat hij voor deze tak van kunst bleek te bezitten. Zo maakte hij een serie tekeningen voor zijn zieke zusje die alom bewondering oogstte.
Tekenpapier was niet zo maar te krijgen en daarom gebruikte hij oude aanplakbiljetten die hij kreeg van een oom die politieagent was. De achterzijde van zo’n biljet was uitermate geschikt om op te tekenen. Ook andere materialen, zoals papiertjes waar poeiers in verpakt waren, werden gretig benut.
Meester Dijkstra had zijn talent eveneens ontdekt. Deze schonk hem een boek met tekenvoorbeelden. Zijn beroepskeuze werd hem enerzijds ingegeven door zijn liefde voor het teken- en schildervak, anderzijds door zijn lichamelijke constitutie, waardoor hij niet geschikt was om zware lichamelijke arbeid te verrichten.
Hij wenste huisschilder te worden zo kwam hij in april 1891 bij de plaatselijke schilder Petrus Cornelis Houtman terecht.
Hier deed hij ervaring op in decoratieschilderen en voorzag hij tevens het prieel in de pastorietuin te Waaxens van een nieuw verfje. Het schilderwerk van de nieuwe pastorie in die plaats werd gegund aan een Leeuwarder bedrijf die Ids inhuurde.
De tekeningen ” onder andere van zijn voormalige patroon Houtman” die hij aanbracht in het krijtwit dat op de ramen van het in aanbouw zijnde pand was aangebracht, deden menigeen versteld staan.
Ds. Niemeyer ondernam nog een poging om hem naar een tekenschool te krijgen. Dit mislukte echter.

 

Ids vertrok in 1895 naar Wijnaldum, waar hij in dienst trad bij de schilder Leyenaar, wiens vrouw uit Brantgum afkomstig was.
Hier ontwierp hij het vaandel van de kaatsvereniging en deed hij veel ervaring op in het werken met diverse soorten verf.
De plaatselijke predikant, Ds. W. Korvezee en zijn echtgenote waren zeer kunstzinnig mevrouw Korvezee tekende en schilderde ook zelf en had relaties in Den Haag.
Het werk van Ids Wiersma werd beoordeeld door schilders als Israëls en Mesdag.
Dezen adviseerden hem om zich vooral toe te leggen op detailtekeningen.
Uiteindelijk kon Ids zich aanmelden bij de tekenacademie in Den Haag. Waar hij van 1898 tot 1906 stond ingeschreven, aanvankelijk voor de studierichting Kunstnijverheid.

 

Toen hij zich toelegde op tekenen en schilderen, bleek hij daarin zeer bekwaam te zijn.
In 1905 ontving hij de eervolle opdracht om een waaier voor de koning van tekenen te voorzien die zo in de smaak viel dat hem ook werd gevraagd een exemplaar voor koningin-moeder Emma te vervaardigen die hij op 20-6-1905 op het Loo aanbood.
In de periode 1906-1912 was hij op zoek naar zijn eigen stijl van werken die uiteindelijk werd gekenmerkt door grote aandacht voor het detail.

In 1907 vestigde hij zich te Voorburg, samen met zijn zuster Aaltje.
Tevens werd hij toegelaten als buitengewoon lid van Pulchri Studio.

 

In 1908 was hij weer in Den Haag woonachtig.
Door bemiddeling van de Rijksbouwmeester C.H. Peters kreeg hij in 1911 de opdracht om muurschilderingen aan te brengen in het nieuwe gebouw van Rijksmunt te Utrecht.
Tevens legde hij daar de oude situatie vast.
Op 19 september 1912 trouwde hij met Trijntje Boon en vestigde zich in de gemeente Watergraafsmeer, onder de rook van Amsterdam.
Veel werk verrichte hij voor het Amsterdamse Gemeentearchief. Daarnaast wierp hij zich op een project waarbij oude gevelstenen werden nagetekend, in opdracht van het Rijksarchief te Haarlem.
Gedurende de jaren 1914 en 1915 woonde hij in Sneek.
Hier werd van 4-7 april 1915 de eerste tentoonstelling van zijn werk gehouden. In 1915 kreeg Ids Wiersma een betrekking aan de Haagse Tekenacademie. Hij werd leraar in de vakken etsen en lithograferen.
Een verhuizing naar Haarlem was hiervan het gevolg. In deze tijd werkt hij ook mee aan een nieuwe uitgave van de Rimen en Teltsjes van Halbertsma (1918).
In 1918 vestigde Ids Wiersma zich in Drachten, mede omdat hij geen bevrediging vond in het lesgeven. Hij wilde het oude Friesland vastleggen voor het was verdwenen.
Van de Zuivelbank te Leeuwarden kreeg hij de opdracht om het Friese boerenleven op olieverfschilderijen af te beelden.
In 1926 verruilde hij Drachten voor Amsterdam.
Ook hier bleven de opdrachten uit Friesland nog binnenstromen.
Overigens leverde Amsterdam hem volop gelegenheid tot schilderen en tekenen.
Met name na 1929 legde hij zich sterk toe op het uitbeelden van tafereeltjes uit het boerenleven.
Zijn Drachtster periode heeft hij ervaren als de mooiste in zijn leven.
Ids Wiersma vestigde zich, aan het eind van zijn leven, samen met zijn vrouw in een bejaardentehuis te Harlingen.
Uiteindelijk belandde hij in het verpleeghuis Nieuw Toutenburg te Noordbergum.
Op 24 augustus 1965 overleed Ids Wiersma te Dokkum.

 

Zijn geboortedorp Brantgum eerde hem reeds in 1966 door een school naar hem te ver noemen. De Ids Wiersmaskoalle.
Ids Wiersma is van groot belang geweest voor de cultuur van Friesland, dat zich mocht verheugen in de liefde van zijn hart.
Veel van zijn schilderijen en tekeningen leggen juist hier getuigenis van af……

 

 

Literatuur
J.J. Kalma, Hugo Kingmans en J.J. Sparh van der Hoek,
Ids Wiersma, tekenje foar Fryslân, Leeuwarden, 1978.

Waar heeft Ids Wiersma gewoond.
Wiersma, Ids Geb. Brantgum (gem. Westdongeradeel) 21 juni 1878, overl. Tietjerksteradeel 24 augustus 1965. Woonde en werkte in Den Haag, Sloterdijk, Sneek, Drachten en Smallingerland 1918-1926, Amsterdam 1926-1961, Harlingen 1961-1964, daarna in Noordbergum (Tietjerksteradeel). Leerling van de Academie v. B.K. in Den Haag o.l.v. Fr. Jansen, heeeft raadgevingen gehad van J. Boon. Hij genoot de kon. Subsidie drie achtereenvolgende jaren (jaren 1905-1907). Schilderde, tekende, etste en lithografeerde Friese landschappen, steden en dorpen, boerenwoningen, akkers enz. Illustrator (werd ‘de verteller met de tekenpen’genoemd). Leraar (de lagere school te Brantgum werd na zijn dood Ïds Wiersmaskoalle’genoemd). Raadgevingen aan G. Rijpsma. Was lid van ‘Arti et Amicitiae’ te Amsterdam. Centraal Museum Utrecht: de smederij in de oude Rijksmunt op de Neude, 1910; het gieten, 1910; het afwerken van de munten, 1910; de smelterij; alle aldaar.
Bron Literatuur: Pieter A. Scheen